Dit verhaal gaat over die vreselijke K-ziekte. Niet de K van koorts, maar de K waar je nooit over wilt schrijven. De K die zich zonder uitnodiging in je leven nestelt. En zo ook in het leven van mijn lieve vrouw, en de moeder van onze kinderen.
Het begon ogenschijnlijk onschuldig.
Nienke had last van haar buik. Ze voelde zich niet zichzelf, en zoals altijd luisterde ze daar naar. We gingen al vrij snel naar de huisarts, die ons doorverwees naar een specialist. Darmkanker, daar werd aan gedacht. Alleen dat woord al zorgde voor een knoop in mijn maag, maar ergens dacht ik ook nog: dit zal wel meevallen. Ze is 36. Ze leeft gezond. Dit gebeurt bij anderen. Niet bij haar. Niet bij ons.
In het ziekenhuis ging alles ineens snel. Onderzoeken, gesprekken, spanning. Er werd een biopt genomen. En toen… goed nieuws.
Negatief. Geen kankercellen gevonden.
Ik weet nog hoe opgelucht we waren. We gingen direct het bos in samen en maakte een lange wandeling.
De hoop kwam weer voorzichtig terug. Artsen zeiden dat het er ook anders uitzag dan ze gewend waren. Niet typisch. Niet duidelijk. Misschien iets anders. Misschien niets ernstigs. We haalden adem. Voor het eerst in dagen sliepen we weer een beetje. Maar de pijn in haar buik bleef, dus dat er sowieso iets aan gedaan moest worden, was wel duidelijk.
Een week later moesten we terug.
Een MRI. Een CT-scan. Gewoon voor de zekerheid.
Die middag kregen we al de uitslag.
Ik zie Nienke daar nog zitten. Ik hoor de woorden nog. Ze zijn nooit meer weggegaan. Wat een botte hark was het ook die ons het nieuws vertelde.
“Er zijn op allerlei plekken afwijkingen gevonden. Door je hele lichaam.”
“Op jouw leeftijd moet dit wel kanker zijn.”
“Maar we weten nog niet waar het vandaan komt. De primaire tumor is nog onbekend.”
Kanker.
Zomaar uitgesproken. Alsof het een conclusie was waar je logisch naartoe rekent. Alsof je daarna gewoon weer opstaat en naar huis gaat.
Maar niets was nog gewoon.
De vrijdag erop weer naar het ziekenhuis. Dit keer voor een biopt in het buikvlies. Wéér wachten. Wéér hopen. Wéér die onwerkelijke tussenfase waarin je leven stilstaat, maar de wereld om je heen gewoon doorgaat.
En toen, op woensdag 30 juli, kwam het bericht waar je in je diepste nachtmerries bang voor bent.
Het is kanker. Definitief.
En het is uitgezaaid.
Naar de lever.
Het buikvlies.
De longen.
De lymfklieren.
Er is geen genezing meer mogelijk.
Mijn lieve, stoere, knappe vrouw is ziek.
Ze is 36 jaar. Altijd zo gezond mogelijk geleefd. Drie keer per week hardlopen. Gezond eten. Nauwelijks alcohol. Ze rookt niet. Er was geen erfelijke aanleg. Maar ook geen verklaring.
We reden naar huis. Het nieuws kwam binnen en we moesten het delen. En nog erger, wat moeten we de kinderen vertellen?
Vertellen we de kinderen dat mama dood gaat? Nu al?
We besloten om daar nog mee te wachten. Onze kinderen wisten dat mama ziek was. Maar ze nu al met dit nieuws opschepen, terwijl het mogelijk nog een jaar kan duren, vonden we te erg.
Bij thuiskomst was onze familie al binnen op ons aan het wachten. Meteen knuffels, meteen diepe tranen. De kinderen speelde even bij de buurkinderen, zodat we onszelf konden zijn.
En vanaf dat moment begon een rollercoaster aan emoties, waar ik nog steeds van moet bijkomen.
Onze wereld stond op zijn kop.
Die van ons. En die van onze twee jongens van 5 en 7.
Nienke is de motor van ons gezin. Nadat de kinderen geboren werden was zij altijd thuis. Zij droeg het gezin, zodat ik kon werken. Ik bracht de jongens naar school, Nienke deed zo’n beetje de rest. En dat deed ze een aantal maanden na de diagnose nog steeds.
Dagelijks kreeg ik foto’s van vriendjes die bij ons kwamen spelen. Van lachende kinderen aan tafel. Dat gaf mij rust. (Al werkte het voor mij niet bepaald efficiënt, maar dat terzijde.)
Nienke is (inmiddels was) zoveel meer dan mijn vrouw en de moeder van mijn kinderen.
Ze is mijn aller, aller, allerbeste maatje.
Al 17 jaar delen we alles.
Of eigenlijk: 16,9 jaar lief.
En sinds 30 juli 2025, voor het eerst, ook leed.
Na de diagnose kwam de realiteit keihard binnen. Chemotherapie. Geen genezing. Alleen tijd winnen. Hoeveel tijd, dat weet niemand. Maar de oncoloog gaf ons een indicatie van 6 tot 12 maanden. Met een dikke “ALS” de chemo aanslaat.
De chemo sloeg helaas niet aan.

Op 1 december (4 maanden na de diagnose) is Nienke overleden.